Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 4

Artikel 4

Onderdeel van Landschapsverordening

1.. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod gesteld in artikel 1 indien naar hun oordeel de in dat artikel genoemde zaken of de geheel of gedeeltelijk daaromheen of daarlangs aangebrachte afscheidingen of afschermingen geen ontoelaatbare schade toebrengen aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap. 2.. Onder schade in dit artikel bedoeld wordt mede begrepen de schade aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap, die is ontstaan of waarvan het ontstaan redelijkerwijs te verwachten is tengevolge van verontreiniging van de bodem die verband houdt met de aanwezigheid van de in artikel 1 genoemde zaken. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het eerste lid, ook nadat deze is verleend, voorschriften verbinden ter voorkoming van schade aan de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap. 4.. Burgemeester en wethouders kunnen aan de ontheffing bedoeld in het eerste lid intrekken indien: de daaraan verbonden voorschriften niet worden nageleefd; dit anderszins met het oog op de bescherming van de schoonheid van het dorpsbeeld of van het landschap naar hun oordeel nodig is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel