Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 10a › Paragraaf 2

Artikel 10a:5

Hoogte van de uitkering: bedrag

Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst 1996

1.. De uitkering krachtens de Werkloosheidswet en de aanvullende uitkering bedragen tezamen een. 2.. De betrokkene die recht heeft op een aanvullende uitkering, die op of na 11 augustus 2003 maar voor 1 augustus 2004 werkloos is geworden en op de eerste dag van werkloosheid 57,5 jaar of ouder is, heeft na afloop van de loongerelateerde uitkering op grond van de Werkloosheidswet gedurende 3,5 jaar recht op een verlengde uitkering. 3.. De hoogte van de verlengde uitkering, genoemd in het eerste en tweede lid, is 80% van de berekeningsgrondslag, zolang een periode van 15 maanden te rekenen vanaf de eerste dag van werkloosheid niet is verstreken en vervolgens 70% van de berekeningsgrondslag. 4.. Ter bepaling van de hoogte van de aanvullende uitkering, als bedoeld in artikel 10a:2, derde lid, wordt uitgegaan van de datum van ontslag.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel