Het is de vrijwilliger verboden:
1. de dienstkleding en uitrustingsstukken te dragen wanneer hij geen werkzaamheden als vrijwilliger verricht, behalve in de gevallen waarin het college daarvoor oestemming heeft verleend;2. de dienstkleding en uitrustingsstukken aan derden ten gebruike te geven;3. dienstkleding te dragen voorzien van:
andere rangonderscheidingstekenen dan die verbonden aan de rang welke betrokkene bekleedt;
insignes en andere onderscheidingstekenen, tenzij tot het dragen daarvan hetzij van regeringswege, hetzij door het college, toestemming is verleend.
Hoofdstuk 19
Artikel 19:1:25
Artikel 19:1:25
Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst 1996