Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3:1:1

Artikel 3:1:1

Onderdeel van Collectieve arbeidsvoorwaardenregeling en de Uitwerkingsovereenkomst 1996

1.. De bezoldiging, bedoeld in artikel 3:1, eerste lid, wordt bepaald met inachtneming van de aard vande betrekking en de wijze waarop de ambtenaar deze vervult. Mede kunnen in aanmerkingworden genomen bekwaamheid en geschiktheid van de ambtenaar, voor zover in het belang vande dienst gebleken ter zake van werkzaamheden niet tot zijn eigenlijke betrekking behorende.Voorts kunnen in aanmerking worden genomen leeftijd en dienstjaren van de ambtenaar alsookandere omstandigheden, voor zover deze naar het oordeel van het tot aanstelling bevoegdebestuursorgaan, gelet op het dienstbelang en gelet op verhoudingen binnen de dienst, vanbetekenis zijn. 2.. Voor zover daarin niet reeds is voorzien door de in artikel 3:1 eerste lid, bedoelde regeling kan het college nadere regelen stellen met betrekking tot het in het eerste lid bepaalde. 3.. Voor zover in de in artikel 3:1, eerste lid, bedoelde regeling niet anders is bepaald, geschiedt de uitbetaling van de bezoldiging per maand. Omtrent de wijze waarop de uitbetaling geschiedt, kan het college nadere regels stellen. 4.. Over de tijd gedurende welke de ambtenaar in strijd met zijn verplichtingen opzettelijk nalaat zijn betrekking te vervullen, wordt hem zijn bezoldiging niet uitgekeerd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel