**1..** Geen lid voert het woord, dan na daartoe verlof van de voorzitter gekregen te hebben.
**2..** De voorzitter verleent de leden het woord in de volgorde, waarin zij het hebben ge-vraagd.
**3..** De volgorde wordt verbroken, wanneer een lid het woord vraagt over een persoonlijk feit, waarvan hij de inhoud in het kort aan de voorzitter ter kennis heeft gebracht en wanneer een lid een voorstel van orde wil indienen. De voorzitter verleent aan dat lid het woord en laat het bepaalde in het vorige lid buiten toepassing. De leden kunnen hierop in korte bewoordingen reageren na daartoe van de voorzitter verlof te hebben gekregen.
**4..** De leden spreken vanaf hun zitplaats.
**5..** Geen spreker mag in zijn rede gestoord worden, behalve door de voorzitter.
**6..** In afwijking van het bepaalde in het vijfde lid zijn interrupties toegelaten, welke bedoeld zijn ter verduidelijking van hetgeen aan de orde is, zulks ter beoordeling van de voor-zitter.
Artikel 13
Het voeren van het woord
Onderdeel van Verordening regelende de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze van de raadscommissies 2002