Naar hoofdinhoud
1.. Aanwezige burgers worden in een openbare vergadering van de commissie in de gele-genheid gesteld het woord te voeren over onderwerpen die op de agenda staan ver-meld. Zij dienen dit tenminste 15 minuten voor de aanvang van de vergadering bij de griffier kenbaar te maken. 2.. Onmiddellijk voor de behandeling van het betreffende agendapunt stelt de voorzitter degene(n) die van het in het eerste lid bedoelde spreekrecht gebruik wenst (wensen) te maken in de gelegenheid het woord te voeren. Voor de uitoefening van het spreekrecht wordt per persoon maximaal 3 minuten beschikbaar gesteld. De maximale spreektijd per agendapunt bedraagt 15 minuten. De voorzitter verdeelt de spreektijd naar even-redigheid indien er meer dan 5 sprekers zijn. 3.. Na de beraadslaging door de commissie in eerste termijn en voorafgaande aan de be-raadslaging in tweede termijn worden insprekers in de gelegenheid gesteld kort op vragen en/of mededelingen vanuit de commissie te reageren. Hiervoor wordt per persoon maximaal 1 minuut beschikbaar gesteld. 4.. De voorzitter is bevoegd van het bepaalde in de leden 1 tot en met 3 af te wijken indien dit van belang is voor het goede verloop van de vergadering.

Rechtspraak bij dit artikel