**1.** De zijdelingse begrenzing van een bouwwerk moet ten opzichte van de zijdelingse grens van het erf zodanig zijn gelegen dat tussen dat bouwwerk en de op het aan-grenzende erf aanwezige bebouwing geen tussenruimten ontstaan die:a vanaf de hoogte van het erf tot 2,2 meter daarboven minder dan 1 meter breed zijn;b niet toegankelijk zijn.
**2.** Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning verlenen in afwijking van het be-paalde in het eerste lid, indien voldoende mogelijkheid aanwezig is voor reiniging en onderhoud van de vrij te laten ruimte.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5
Artikel 2.5.17
Ruimte tussen bouwwerken
Onderdeel van Bouwverordening 1992, 13de wijziging