Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 5

Artikel 2.5.23

Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen

Onderdeel van Bouwverordening 1992, 13de wijziging

1. Onverminderd het bepaalde in artikel 2.5.24 mag een bouwwerk, voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning is vereist tussen de voor- en de achtergevelrooi-lijn niet hoger reiken dan tot de vlakken die de verticale vlakken door de voorgevel-rooilijn en door de achtergevelrooilijn snijden op de – krachtens de artikelen 2.5.20 en 2.5.21 – maximale bouwhoogte en die met het horizontale vlak een hoek vormen van:a 45 graden in de bebouwde kom;b 37 graden buiten de bebouwde kom. 2. Indien een bouwwerk nabij een kruising van wegen een zijgevel heeft die gelegen is tegenover een achtergevelrooilijn in hetzelfde bouwblok, mag dit bouwwerk boven-dien niet hoger reiken dan tot het vlak dat het verticale vlak door die zijgevel snijdt ter hoogte van de – krachtens artikel 2.5.22 – maximale bouwhoogte en dat met het ho-rizontale vlak een hoek vormt van 56 graden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel