De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk twee maanden na de
dagtekening van het aanslagbiljet.
In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt ingeval het
totaalbedrag van de op één aanslag biljet verenigde aanslagen, of
als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan,
minder is dan € 3.000,00 en de verschuldigde bedragen door middel
van automatische incasso van de betaalrekening van de
belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat:
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt tussen 1 januari en 1 oktober
van het belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden
betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van
dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar
overblijven met een maximum van acht termijnen;
aanslagen, waarvan de dagtekening ligt na 30 september van het
belastingjaar waarop ze betrekking hebben, moeten worden betaald in
drie gelijke termijnen.
Bij het van toepassing zijn van het vorenstaande vervalt de eerste
incassotermijn een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van
de volgende termijnen telkens een maand later.
De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van onroerende zaakbelastingen 2011