Bij een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken moet worden gedacht aan een persoonsgebonden gehandicaptenparkeerplaats welke over het algemeen in de nabijheid van de woning of de werkplek van de aanvrager wordt aangelegd. Deze parkeerplaats dient beschikbaar te zijn voor diegene die de gehandicaptenparkeerplaats toegewezen heeft gekregen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden:- op eigen terrein kan niet geparkeerd worden of parkeren op eigen terrein is wel mogelijk echter gezien de betreffende handicap ongeschikt; - de parkeerdruk in de omgeving van de woning (of andere verblijfseenheid4) is zodanig dat de auto herhaaldelijk op meer dan honderd meter van deze verblijfseenheid geparkeerd dient te worden; - de verkeersveiligheid mag door de aanleg van de gehandicaptenparkeerplaats niet in het gedrang komen (de politie wordt per individueel geval om advies gevraagd5); - de kosten voor de plaatsing van een verkeersbord, het onderbord en de paal zullen door de aanvrager betaald moeten worden; - de gehandicapte is in het bezit van de bestuurderskaart; - de gehandicapte is enkel in het bezit van een passagierskaart en in zijn algemeenheid kan niet worden verlangd dat de passagier alleen gelaten wordt.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.1.1
Gehandicaptenparkeerplaats op kenteken
Onderdeel van Beleid tot het toekennen en de handhaving van gehandicaptenparkeerplaatsen