Naar hoofdinhoud
In artikel 54 BABW is bepaald dat, indien een gehandicaptenparkeerkaart zijn geldigheid heeft verloren, de gehandicapte aan wie een kaart is verstrekt of, indien deze is overleden, degene die de kaart onder zich heeft, de kaart zo spoedig mogelijk inlevert bij het gezag dat de kaart heeft verstrekt. Hetzelfde principe wordt gehanteerd voor het opzeggen van een gehandicaptenparkeerplaats.In de praktijk komt het echter voor dat de gehandicaptenparkeerkaart niet wordt ingeleverd of de gehandicaptenparkeerplaats niet wordt opgezegd, wat tot gevolg kan hebben dat derden misbruik kunnen maken van de gehandicaptenparkeerkaart en/of –plaats. Om dergelijk misbruik tegen te gaan dient er een overzicht te zijn van de afgegeven gehandicapten-parkeerkaarten en –plaatsen. Aan de hand van dit overzicht kan afdeling WIZ jaarlijks een bestand met personen met een gehandicaptenparkeerkaart en/of -plaats aan de afdeling PuZa leveren die dit vergelijkt met de gegevens uit de Gemeentelijke Basis Administratie (GBA).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel