Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4.

Artikel 21.

WOONWAGENS, WOONSCHEPEN EN BINNENSCHEPEN.

Onderdeel van Besluit Voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Assen

1.. B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonwagen indien: de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is; de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt; de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond. 2.. B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een woonschip indien: de technische levensduur van het woonschip nog minimaal vijf jaar is; het woonschip nog minimaal vijf jaar op de ligplaats mag blijven liggen. 3.. Indien de technische levensduur van de woonwagen of het woonschip minder dan vijf jaar is, of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt, of het woonschip niet ten minste nog vijf jaar op de ligplaats mag liggen, kunnen uitsluitend woonvoorzieningen worden verstrekt als bedoeld in artikel 14 sub c en d. 4.. B&W verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van een binnenschip, indien de aanpassing betrekking heeft op het voor de schipper, de bemanning en hun gezinsleden bestemde gedeelte van het verblijf als bedoeld in artikel 1, tweede lid, onderdeel V, van het Binnenschepenbesluit (Stb. 1987, 466), van een binnenschip, dat: in het register, bedoeld in artikel 781 sub d van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek als zodanig te boek is gesteld op de wijze omschreven in de maatregel te boek gestelde schepen 1992; en bedrijfsmatig wordt gebruikt, hetzij voor vervoer van goederen, daarbij blijkens de meetbrief bedoeld in het metingsbesluit binnenvaartuigen 1987 een laadvermogen van ten minste 15 ton hebbend, of voor het vervoer van meer dan 12 personen buiten de in de aanhef bedoelde. 5.. De aanpassingskosten van een woonwagen of woonschip worden in de gevallen als bedoeld in lid 3 vergoed tot een bedrag van maximaal € 907,56.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel