Artikel 125 van de Ambtenarenwet stelt dat voor ambtenaren nadere regels voor bezoldiging moeten worden getroffen. Artikel 3 van de regeling voorziet hierin. Het eerste lid maakt duidelijk dat de bezoldiging bestaat uit een vergoeding per voltrokken huwelijk of geregistreerd partnerschap. Het tweede lid legt de relatie met de salarisschaal waarin de ambtenaar van de burgerlijke stand doorgaans is ingeschaald. In het tweede en derde lid wordt het basisbedrag opgehoogd met een toeslag voor respectievelijk de vakantietoelage en de eindejaarsuitkering. De grondslag voor de berekening van de vakantietoelage is de basisvergoeding van vier uursalarissen. De grondslag voor de berekening van de eindejaarsuitkering is de basisvergoeding, vermeerderd met de vakantietoelage. Ten slotte wordt in het vierde lid het recht op vakantie-uren, dat de normale gemeente-ambtenaar heeft op grond van artikel 6:2 van de CAR, afgekocht door het toekennen van een vergoeding van 8,6%. Dit percentage is gebaseerd op de breuk tussen het aantal vakantie-uren per jaar (158,4 uren) en de arbeidsduur per jaar (1836 uren) van de gemeenteambtenaar. Vakantieaanspraken worden afgekocht vanwege het oproepkarakter van de werkzaamheden.
Rekenvoorbeeld:
Uitgaande van een salarisbedrag van € 2.424,00 (hoogste bedrag schaal 7), een vakantie-uitkering van 8% en een eindejaarsuitkering van 2,75% (situatie per 1 oktober 2002) vindt de volgende berekening plaats:
4 maal 1/156e deel van 2424 : 62,16
verhoogd met 8% (vakantietoelage): 4,98
verhoogd met 2,75% (eindejaarsuitkering) 1,71
68,85 verhoogd met 8,6% (afkoop vakantie-uren) 5,93
vergoeding per huwelijk/geregistreerd partnerschap 74,78
Hoofdstuk
Artikel 3
Artikel 3
Onderdeel van Rechtspositieregeling voor de buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand