**1..** De duur van de maatregel wordt vastgesteld op één maand, tenzij er sprake is van omstandigheden als genoemd in artikel 8 tweede tot en met het vierde lid.
**2..** De maatregel wordt opgelegd over de maand waarin het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Wanneer de maatregel niet meer ten uitvoer gelegd kan worden over die maand, wordt de maatregel opgelegd met ingang van de eerst volgende maand. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende IOAW- of IOAZ-uitkeringsnorm.
**3..** In afwijking van het tweede lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd voor zover de IOAW- of IOAZ-uitkering is beëindigd of nog niet is uitbetaald.
**4..** Wanneer een maatregel niet binnen de termijnen als bedoeld in het tweede en derde lid ten uitvoer kan worden gelegd, dan wordt de maatregel opgelegd zodra de belanghebbende alsnog binnen twaalf maanden weer een beroep doet op een IOAW- of IOAZ-uitkering of de uitbetaling daarvan.
**5..** Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd, met uitzondering van de maatregel als bedoeld in artikel 8, vierde lid. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.
Hoofdstuk 1
Artikel 7
Duur van de maatregel, ingangsdatum en tijdvak
Onderdeel van Afstemmingsverordening IOAW en IOAZ 2010