**1..** Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders houtopstanden te vellen of te doen vellen.
**2..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden waarvoor voor verwijdering op basis van het vigerende bestemmingsplan een aanlegvergunning nodig is. Beoordeling vindt dan in het kader van de aanlegvergunningprocedure plaats.
**3..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstanden die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd als bedoeld in artikel 15 van de Boswet.
**4..** Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:
een houtopstand die moet worden geveld krachtens de Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van burgemeester en wethouders, zulks onverminderd het bepaalde in de artikelen 8 en 9 van deze verordening;
het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud;
houtopstanden die binnen de bebouwde kom in achtertuinen staan;
wegbeplantingen en eenrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voorzover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen;
vruchtbomen en windschermen om boomgaarden;
fijnsparren, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde terreinen;
schubconiferen;
kweekgoed;
een houtopstand die bij wijze van dunning moet worden geveld;
een houtopstand die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap geregistreerde bosbouwondernemingen en gelegen is buiten een bebouwde
kom, tenzij de houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:
ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;
ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend over het totale aantal rijen.
een houtopstand die vrijwillig in het kader van de regeling “nieuw groen is vrij groen” is aangeplant.