Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 5

De voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget

Onderdeel van Verordening Wet inburgering Zoeterwoude 2011

1.. Het college behandelt het verzoek van de inburgeringsplichtige om in aanmerking te komen voor een voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget op de volgende wijze: belanghebbende dient een schriftelijk met redenen omkleed verzoek in; belanghebbende wordt uitgenodigd voor een nader informatief gesprek; het college neemt binnen 4 weken een gemotiveerd besluit; tenzij in het verzoek geen specifiek inburgeringsbedrijf wordt genoemd, dan beslist het college volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) binnen 8 weken. 2.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een (duale) inburgeringsvoorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget goed, indien deze inburgeringsvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om hem of haar voor te bereiden op en toe te leiden naar het inburgeringsexamen of staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de volgende vereisten: in het bezit is van het keurmerk Blik op werk, een transparant aanbod doet een aantrekkelijke prijs rekent die niet hoger is dan € 5.000, tenzij daarvoor een dringende reden aanwezig is. 3.. Het college keurt het voorstel van de inburgeringsplichtige voor het volgen van een taalkennisvoorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget goed, indien deze taalkennisvoorziening: naar het oordeel van het college passend is om belanghebbende kennis van de Nederlandse taal te laten verwerven die noodzakelijk is voor het kunnen afronden van een MBO-opleiding op niveau 1 of 2 en wordt verzorgd door een inburgeringsbedrijf dat voldoet aan de in het tweede lid onder b genoemde (kwaliteits)eisen. 4.. Als het college de voorziening in de vorm van een persoonlijk inburgeringsbudget heeft vastgesteld, sluiten het college en de inburgeringsplichtige een overeenkomst met het inburgeringsbedrijf.

Rechtspraak bij dit artikel