**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
IOAW: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelik arbeidsongeschikte werkloze werknemers.
IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.
IOAW/IOAZ: de IOAW alsmede de IOAZ, beiden voor zover zij op belanghebbende van toepassing zijn.
Uitkering: de uitkering, bedoeld in artikel 5, eerste lid IOAW/IOAZ.
Uitkeringsnorm: de op belanghebbende van toepassing zijnde netto grondslag, bedoeld in artikel 5, vierde lid IOAW/IOAZ.
Maatregel: het verlagen van de uitkeringsnorm op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste lid IOAZ alsmede het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en artikel 20 tweede lid IOAZ.
Inkomen: inkomen als bedoeld in artikel 8 IOAW/IOAZ.
benadelingsbedrag: het bruto bedrag aan IOAW/IOAZ als omschreven in de artikelen 25 vierde lid van de IOAW en IOAZ dat ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend;
belanghebbende: hij die recht heeft op een uitkering op grond van de IOAW, voor zover hij is aangewezen op arbeid in dienstbetrekking alsmede hij die recht heeft op een uitkering op grond van de IOAZ;
het bestuur: het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam Intergemeentelijke Sociale Dienst Noordenkwartier.
**2..** Voor zover in deze verordening niet anders gedefinieerd, hebben de begrippen dezelfde betekenis als in de IOAW, de IOAZ en de Algemene wet bestuursrecht.