De maatregel wordt opgelegd met ingang van de eerste dag van de maand volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de maatregel aan de belanghebbende bekend is gemaakt. Daarbij wordt uitgegaan van de voor die maand geldende uitkeringsnorm.
In afwijking van het eerste lid kan de maatregel met terugwerkende kracht worden opgelegd indien:
de uitkering nog niet is uitbetaald of:
de uitkering op het tijdstip van oplegging van de maatregel reeds is beëindigd.
Indien toepassing van het tweede lid niet mogelijk of wenselijk is kan de maatregel alsnog ten uitvoer worden gebracht bij een hernieuwd recht op uitkering IOAW/IOAZ mits de periode gelegen tussen de beëindigingsdatum van de uitkering en de datum van het nieuwe recht niet meer bedraagt dan 12 maanden.
4 Een maatregel wordt voor bepaalde tijd opgelegd. Een maatregel die voor een periode van meer dan drie maanden wordt opgelegd, wordt uiterlijk na drie maanden nadat deze ten uitvoer is gelegd heroverwogen.
Hoofdstuk 1.
Artikel 7.
Ingangsdatum en tijdvak van de verlaging
Onderdeel van Maatregelenverordening IOAW/IOAZ