**·.** 1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling
moet plaatshebben, benoemt de voorzitter twee leden tot
stembureau.
**·.** 2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van
de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een
stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te
zijn.
**·.** 3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. De raad kan op
voorstel van de voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen
worden samengevat op één briefje.
**·.** 4. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het
tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren. Wanneer
de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd
zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
**·.** 5. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in
artikel 30 van de Gemeentewet worden leden die geen behoorlijk
stembriefje hebben ingeleverd, geacht geen stem te hebben
uitgebracht..
**·.** 6. In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
beslist de raad, op voorstel van de voorzitter.
**·.** 7. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes
onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.
Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.
Artikel 29.
Stemming over personen
Onderdeel van Reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van de gemeente Heumen 2011