Naar hoofdinhoud
1.. De voorzitter zendt in de regel ten minste veertien dagen voor een vergadering de leden van de raad een schriftelijke oproep onder vermelding van dag, tijdstip en plaats van de vergadering. 2.. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de stukken waarop op grond van artikel 25, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden van de raad verzonden. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken aan de agenda worden toegevoegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel