In de beschikking voor budgetsubsidiëring als bedoeld in artikel 5 wordt in ieder geval aangegeven:
a. de door de instelling te verrichten activiteiten casu quo taken waarover overeenstemming is bereikt, met zo mogelijk opgave van aard, omvang en intensiteit van de activiteiten casu quo taken;
b. de hoogte van het gemeentelijke budgetsubsidie;
c. de periode waarvoor de overeenkomst is aangegaan;
d. het gemeentelijk beleid op het terrein of de terreinen waarop de activiteiten casu quo taken betrekking hebben;
e. de wijze van uitbetalen van het subsidie.