Uitgangspunt is dat op materiële en immateriële activa lineair wordt afgeschreven. Alleen op
de volgende materiële vaste activa kan annuïtair worden afgeschreven:
a. activa waarvan de kapitaallasten worden gedekt door huuropbrengsten e.d.;
b. activa waarvan de kapitaallasten zijn verwerkt in een tarief;
c. activa waarvan de kapitaallasten worden gedekt door rechten en heffingen.
Hoofdstuk 3
Artikel 13