**1.** Na de opening van de vergadering kunnen andere aanwezigen dan de leden, de wethouders, de griffier en de secretaris gezamenlijk gedurende maximaal dertig minuten het woord voeren over al dan niet geagendeerde onderwerpen.
**2.** Het spreekrecht voor andere aanwezigen geldt niet voor de volgende onderwerpen van de agenda:
a advies van een adviescommissie bezwaarschriften ex artikel 7:13 van de Algemenewet bestuursrecht;
b benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;
c een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht.
**3.** Degene, die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten laatste voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij het onderwerp waarover hij het woord wil voeren, zijn naam, adres en telefoonnummer.
**4.** De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering.
**5.** Elke spreker krijgt maximaal vijf minuten het woord. De voorzitter verdeelt de spreektijd evenredig over de sprekers als er meer dan zes sprekers zijn. De voorzitter kan tevens in bijzondere gevallen afwijken van de maximale lengte van de spreektijd.
**6.** De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter of een lid van de raad doet een voorstel over de behandeling van de inbreng van de burger.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 2
Artikel 14
Spreekrecht burgers
Onderdeel van Het reglement van orde voor de vergaderingen en andere werkzaamheden van de gemeenteraad 2006