**1.** De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.
**2.** De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.
**3.** De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.De termijn is afgestemd op de inspanning voor het leveren van de inlichtingen.
**4.** Artikel 184 van de wet is van overeenkomstige toepassing.
**5.** De commissie vergadert zoveel als zij nodig acht ter bespreking van procedurele en inhoudelijke aspecten van het onderzoek.
**6.** De commissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de commissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
**7.** De commissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen.
**8.** Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, ook externe personen of bureaus inschakelen.
**9.** De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt verder wie verder als betrokkenen worden aangemerkt.
**10.** De commissie stelt het college van Burgemeester en wethouders in de gelegenheid hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport en de conclusies en aanbevelingen aan de commissie kenbaar te maken.
**11.** Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport, de conclusies en aanbevelingen, de zienswijze van Burgemeester en wethouder en de overige betrokkenen en het nawoord van de rekenkamercommissie zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.