Naar hoofdinhoud
1. Tot begraving wordt niet overgegaan dan nadat het verlof tot begraven is overlegd aan de beheerder 2. Indien de begraving of de bezorging van as in een particulier graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overlegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3. Indien de begraving of de bezorging van as in een familiegraf, kindergraf of urnenruimte zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de gebruiker of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 4. Begraving of bezorging van as in een particulier graf waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn dan wel ruimingstermijn van asbussen afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van tien jaren, zodat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn dan wel ruimingstermijn van asbussen. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 5. Begraving of bezorging van as in een familiegraf, kindergraf of urnenruimte waarvan de uitgiftetermijn binnen de wettelijke minimum grafrusttermijn dan wel ruimingstermijn van asbussen afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een periode van tien jaren, zodat de alsdan resterende uitgiftetermijn ten minste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn dan wel ruimingstermijn van asbussen. De verlenging dient te worden aangevraagd door de gebruiker of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 6. De beheerder onderzoekt of de overlegde stukken toereikend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel