Naar hoofdinhoud
1. Het publiek krijgt voor aanvang van de vergadering gedurende maximaal een half uur de gelegenheid hun mening kenbaar te maken over onderwerpen voorkomende op de agenda van de vergadering. Het publiek neemt daarbij de aanwijzingen van de voorzitter in acht. 2. Het publiek dient zich 1 dag van te voren te melden bij de secretaris over welk onderwerp men wenst te spreken.

Rechtspraak bij dit artikel