Naar hoofdinhoud
1. Het in artikel 3 bedoelde verbod geldt niet voor: a. borden en spandoeken die uitsluitend betrekking hebben op een beroep, bedrijf of dienst, uitgeoefend of verleend in een daarvoor als zodanig bestemd gebouw, mits deze: 1. plat zijn bevestigd tegen de gevel van het gebouw; 2. niet boven de goot- of dakrand uitsteken; en 3. in totaal een oppervlakte van maximaal 9 m2 hebben; of één bord en maximaal vier vlaggen die uitsluitend betrekking hebben op een beroep, een bedrijf of dienst, uitgeoefend of verleend in een daarvoor als zodanig bestemd gebouw, mits het bord: 1. direct voor het gebouw is geplaatst; en 2. een oppervlakte heeft van maximaal 2 m2  en mits de vlaggen: 1. zijn aangebracht voor of tegen het gebouw; 2. een oppervlakte hebben van maximaal 6 m2; en 3. een maximale hoogte boven het maaiveld hebben van 6 meter, maar niet boven de nokhoogte van het gebouw uitsteken. b. twee borden die uitsluitend betrekking hebben op een beroep, enig bedrijf of enige dienst, uitgeoefend of verleend in een daarvoor als zodanig bestemd gebouw en alleen als reguliere bewegwijzering als bedoeld in het eerste lid, onder e, aantoonbaar is uitgesloten door de betrokken wegbeheerder, mits deze: 1. direct nabij de inrit naar het gebouw zijn geplaatst; 2. een maximale oppervlakte hebben van 0,50 m2 en met een maximale  afmeting in één richting van 1 meter; en3. een maximale hoogte boven het maaiveld van 1,50 meter hebben. Bij vestiging van meerdere beroepen, bedrijven of diensten in één of meer gebouwen mag de maximale oppervlakte van de twee borden worden samengevoegd tot één dubbelzijdig bord van 1 m2 met een maximale lengte in één richting van 1,50 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 1,50 meter. c. één bord in de directe nabijheid van een benzineverkooppunt waarop de brandstofprijzen zijn aangeduid, met een maximale hoogte van 7,50 meter boven het maaiveld en een maximale breedte van 1,50 meter en overige borden, spandoeken en vlaggen bij het verkooppunt mits deze voldoen aan het eerste lid, onder a. d. borden en informatiezuilen, die educatieve of geografische informatie bevatten over een bezienswaardigheid of een gebied mits: 1. de borden zijn geplaatst bij de toegang en/of uitgang tot de  bezienswaardigheid of het gebied; 2. maximaal twee borden bij de ingang en één bord bij de uitgang zijn geplaatst met elk een maximale oppervlakte van 1,50 m2 en een maximale afmeting in één richting van 1,50 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 2,50 meter; 3. maximaal 5% van de totale oppervlakte van het bord bestaat uit handels- c.q. bedrijfsreclame; en 4. maximaal één informatiezuil bij de toegang tot de bezienswaardigheid of het gebied is geplaatst met een maximale oppervlakte van 6 m2 en een maximale hoogte van 2,50 meter boven het maaiveld. e. borden langs de provinciale of gemeentelijke weg die de weg wijzen naar een beroep, bedrijf of dienst, uitgeoefend in of op een onroerende zaak in de nabijheid van bedoelde borden of borden die verwijzen naar toeristische bezienswaardigheden, mits deze geplaatst zijn door en volgens de voorschriften van de betrokken wegbeheerder en waarvan het model staat opgenomen in: 1. het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990; 2. de Richtlijn toeristische bewegwijzering; of 3. de Richtlijn bewegwijzering. f. borden die geplaatst zijn ten behoeve van recreatieve en toeristische routebewegwijzering, mits: 1. de oppervlakte van route-overzichtsborden maximaal 1,50 m2 bedraagt; 2. de oppervlakte van de overige borden maximaal 0,20 m2 bedraagt; 3. maximaal 5% van de totale oppervlakte van het bord bestaat uit handels- c.q. bedrijfsreclame; en 4. zij feitelijk onderdeel uitmaken van de route. g. verkeersborden als bedoeld in artikel 4 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) en overige (dynamische) informatie op borden die een wegbeheerder op of aan de weg plaatst vanuit zijn zorgplicht voor de weg (artikel 2 Wegenverkeerswet). h. borden behorend tot de verkeerstekens en verkeersaanwijzingen als bedoeld in de Scheepvaartverkeerswet en de daarop gebaseerde uitvoeringsbesluiten. i. aankondigingsborden geplaatst door de wegbeheerder aan of in de directe nabijheid van het gemeentebord ter aanduiding van de bebouwde kom op grond van de Wegenverkeerswet en maximaal twee borden op provinciale rotondes geplaatst door de provinciale wegbeheerder met een maximale lengte van 0,50 meter en een maximale breedte van 0,30 meter. j. borden die worden aangebracht ter voldoening aan een wettelijk voorschrift, mits de wettelijk voorgeschreven maten niet worden overschreden; als geen maten zijn voorgeschreven, mag de oppervlakte ten hoogste 0,50 m2 zijn, met een maximale afmeting in één richting van 1 meter. k. maximaal één bord of één spandoek op of in de onmiddellijke nabijheid van een onroerende zaak, zijnde een woning of bedrijfspand, waarbij deze te koop, te huur of in pacht wordt aangeboden mits deze een oppervlakte heeft van maximaal 4 m2 met een maximale lengte in één richting van 2 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 2,50 meter. l. maximaal één bord per rijrichting en maximaal twee borden per wegwerk die uitsluitend betrekking hebben op de wegwerkzaamheden op die locatie en aanwezig zijn voor zolang de uitvoering van dat werk duurt, mits de borden: 1. bij autosnelwegen elk een oppervlakte hebben van maximaal 12 m2, een maximale lengte in één richting van 4 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 6 meter; en 2. bij overige, niet-autosnelwegen elk een oppervlakte hebben van maximaal 6 m2, met een maximale lengte in één richting van 3 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 5 meter. m. maximaal één bord of één spandoek dat uitsluitend betrekking heeft op een bouw- of waterwerk of natuurontwikkelingsproject, mits het bord of spandoek: 1. direct voor de bouwput of anderszins direct nabij op het betreffende terrein aanwezige bebouwing is geplaatst; 2. een oppervlakte heeft van maximaal 6 m2, met een maximale lengte in één richting van 3 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 5 meter; en 3. niet gericht is op de autosnelweg. n. twee informatieborden bij Vinex-locatie, die alleen betrekking hebben op deze woningbouwlocatie, met elk een oppervlakte van maximaal 28 m2, een maximale lengte in één richting van 7 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 6 meter en zijn geplaatst langs en gericht op een autosnelweg. o. vlaggen die zijn aangewezen als officiële binnenlandse en buitenlandse vlaggen, tenzij de vrijstelling als bedoeld in artikel 5, eerste lid, onder a, al is benut. p. borden, spandoeken en objecten langs sportvelden en op sportterreinen die als zodanig zijn bestemd in het geldende bestemmingsplan, mits: 1. de zijde met het opschrift of de afbeelding naar het speelveld is gericht met een maximale hoogte van 2 meter boven het maaiveld; 2. het sportterrein omgeven is door een afschermende beplantingsstrook; en 3. overige borden, spandoeken en vlaggen die bij een clubgebouw aanwezig zijn voldoen aan het gestelde in het eerste lid, onder a, van dit artikel. q. één bord voor de verkoop van agrarische producten, mits het bord: 1. is geplaatst in de directe omgeving van het gebouw waar de producten  verkocht worden; en 2. een oppervlakte heeft van maximaal 1 m2, een maximale lengte in één richting van 1,50 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 2,50 meter. r. seizoen- en perceelsgebonden borden, spandoeken en vlaggen voor de tijdelijke verkoop van agrarische producten op het oogstperceel, mits: 1. deze niet eerder zijn geplaatst dan één week voor de oogsttijd en uiterlijk één week daarna weer zijn verwijderd; 2. deze zijn geplaatst op het perceel van verkoop in de directe omgeving van het onderkomen van waar de producten verkocht worden; en3. het aantal niet groter is dan twee borden of spandoeken, met een oppervlakte van maximaal 2,50 m2, een maximale lengte in één richting van 1,50 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 2,50 meter, en maximaal twee vlaggen. s. borden, vlaggen, spandoeken en objecten die zich in het inwendig gedeelte van een onroerende zaak bevinden. t. borden, spandoeken en vlaggen die uitsluitend betrekking hebben op de verkiezing van een openbaar bestuur mits deze niet eerder zijn geplaatst dan drie weken voor de verkiezingsdatum en uiterlijk drie dagen daarna weer zijn verwijderd en geen handels- of bedrijfsreclame bevatten. u. twee borden die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7 van de Grondwet, mits deze borden: 1. geen handels- of bedrijfsreclame bevatten; 2. op het erf in de nabijheid van een gebouw zijn geplaatst; en 3. elk een oppervlakte hebben van ten hoogste 1 m2 en met een maximale afmeting in één richting van 1 meter en een maximale hoogte boven het maaiveld van 2,50 meter. v. borden waarvoor in de Provinciale ruimtelijke verordening van de Provincie Utrecht algemene regels zijn opgenomen. w. borden, spandoeken en vlaggen die zijn geplaatst in verband met een openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling, mits deze: 1. niet behoren tot de gebruikelijke commerciële uitoefening van een beroep, bedrijf of dienst; 2. niet eerder dan twee weken daaraan voorafgaand zijn geplaatst; 3. uiterlijk drie dagen na afloop van de openbare wedstrijd, manifestatie, evenement of tentoonstelling worden verwijderd; en 4. niet meer dan twee borden of spandoeken en maximaal vier vlaggen zijn aangebracht op de betreffende locatie, en 5. niet meer dan twee borden of spandoeken zijn geplaatst bij invalswegen, conform de voorschriften van de betrokken wegbeheerder. 2. Een vrijstelling geldt slechts voor zover de aanduiding op de desbetreffende borden, spandoeken, vlaggen, objecten en informatiezuilen, bedoeld in het eerste lid, feitelijke betekenis hebben. 3. De borden, spandoeken, vlaggen en objecten, bedoeld in het eerste lid, mogen niet verlicht zijn, met uitzondering van de borden in de onderdelen a, b, c, g, h, j, n en v. 4. De borden, spandoeken, vlaggen, objecten, en informatiezuilen en hun constructies dienen in goede staat van onderhoud te verkeren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel