Het in artikel 17 bedoelde verbod geldt niet voor:
vaartuigen in jacht- of bedrijfshavens en vaartuigen die worden gebruikt bij het vervoer van uitsluitend bedrijfsmiddelen en tijdelijk voor het laden en lossen van die bedrijfsmiddelen worden afgemeerd;
één open vaartuig van ten hoogste zeven meter lengte bij een erf, tenzij er aan het erf al andere vaartuigen, niet zijnde woonschepen, liggen afgemeerd of als er al een andere vrijstelling dan die genoemd in het derde lid van dit artikel van toepassing is;
andere vaartuigen dan bedoeld in het vorige lid bij een erf gedurende ten hoogste drie achtereenvolgende dagen tussen 1 april en 30 september;
het tijdelijk afmeren van vaartuigen voor het in- of uitstappen van passagiers bij horecagelegenheden, die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen;
één partyschip bij een bestemde horecagelegenheid, mits het vaartuig voldoet aan de voorwaarden van een door Gedeputeerde Staten goedgekeurd landschappelijk inpassingsplan, waarbij zowel het partyschip als de aanlegplaats op landschappelijke aspecten zijn beoordeeld;
historische schepen die als varend monument zijn ingeschreven in het Nationaal Register Varende Monumenten bij aanlegplaatsen die als zodanig in een bestemmingsplan zijn aangewezen.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 18