Het in artikel 20 bedoelde verbod geldt niet voor:
aanlegplaatsen en daarmee verband houdende voorzieningen in jacht- of bedrijfshavens;
de aanleg en het onderhoud van nutsvoorzieningen ten behoeve van de gebruikers van een haven of aanlegplaats waarvoor een vrijstelling of ontheffing van kracht is; en
één aanlegsteiger per erf, mits deze voldoet aan de voorschriften die door de water- of vaarwegbeheerder zijn voorgeschreven bij algemeen verbindend voorschrift.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 21