De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties voor gemeenteklasse 3 (inwonertal 20.001 – 50.000) vastgestelde maximum.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt.
Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie
als raadslid of wethouder;
uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd;
als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient.
De commissievoorzitter, de kamervoorzitters en de leden van de vaste commissie van advies voor bezwaar- en beroepsschriften ontvangen per bijgewoonde zitting een vergoeding gelijk aan 2½, 2 respectievelijk 1,75 keer het bedrag, zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel.
Hoofdstuk
Artikel 25
Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden