De hoogte van de raadsvergoeding is imperatief bepaald op een vast bedrag per inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden (zie tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden). Een deel van de raadsvergoeding kan worden uitbetaald als presentiegeld op grond van artikel 4 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Het gaat om maximaal 20% van de raadsvergoeding. Indien de raad besluit dat een (procentueel) deel van de raadsvergoeding wordt uitbetaald als presentiegeld, mag geen onderscheid worden gemaakt tussen raadsleden. Een presentievergoeding geldt dan voor alle raadsleden. Het bedrag van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt geïndexeerd. Het wordt jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van het indexcijfer Cao lonen overheid. Hiervoor is in de gemeente geen nadere besluitvorming nodig.
Raadsleden die een WAO of WIA-uitkering ontvangen, kunnen verzoeken hun raadsvergoeding te verlagen. Daardoor kan het nadeel van indeling in een lagere arbeidsongeschiktheidsklasse worden voorkomen. Deze mogelijkheid is opgenomen in artikel 12, derde lid, van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Raadsleden die een WW- of een BWOO uitkering ontvangen en als gevolg van het ontvangen van een raadsvergoeding worden gekort op hun WW- of BWOO uitkering kunnen voor het bedrag van de korting door de gemeente worden gecompenseerd. Dit is geregeld in artikel 12, eerste en tweede lid van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk
Artikel 2
Artikel 2
Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden