**1..** Tijdens de persoonlijke gesprekken tussen de leidinggevende en medewerker over resultaten en ontwikkelingen worden onder andere de opleidingswensen die er - aan beide kanten- liggen, besproken. Bij het vaststellen van de opleidingswens wordt tevens aangegeven onder welke criteria (genoemd bij punt 3) deze valt.
**2..** De opleidingen[1] worden aangevraagd bij P&O. Op basis van argumentatie en beschikbaar budget wordt er al dan niet toestemming gegeven voor het volgen van de aangevraagde opleidingen.
**3..** De toekenning vindt plaats op basis van de volgende criteria:
Vanuit organisatiebelang, anders dan noodzaak voor goed functioneren in huidige functie is het noodzakelijk dat de opleiding gevolgd wordt.
De opleiding is noodzakelijk voor het goed kunnen uitoefenen van de huidige functie (vakkennis) dan wel voor de ontwikkeling van vaardigheden die in de huidige functie worden gevraagd (competenties);
De opleiding is niet noodzakelijk voor het goed kunnen uitoefenen van de huidige functie, maar is een meerwaarde voor de functie.
De opleiding is bedoeld om vakkennis en competenties op te doen voor mogelijke interne doorstroom;
De opleiding is gericht op een externe loopbaan.
**4..** De studiefaciliteiten worden toegekend voor een termijn, die wordt afgeleid van de normaal te achten duur van de studie.
**5..** Nadat de opleidingsfaciliteiten aan een medewerker zijn toegekend, kan de medewerker starten met de opleiding. Wanneer de medewerker toch eerder begint met de opleiding en de studiefaciliteiten worden uiteindelijk niet toegekend, dan is de medewerker verantwoordelijk voor het betalen van de gemaakte studiekosten, verlofuren en reiskosten.