Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2:57

Loslopende honden

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening 2010-2011

1.. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a.. binnen de bebouwde kom op de weg, behoudens op de door het college aangewezen plaatsen, zonder dat die hond aangelijnd is; b. buiten de bebouwde kom op de weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, sub b. van de Wegen-verkeerswet 1994, behoudens op de door het college aangewezen plaatsen, zonder dat die hond aangelijnd is; c.. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide of op een andere door het college aangewezen plaats; d.. op de weg zonder voorzien te zijn van een halsband of een ander identificatiemerk en een hondenpenning dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen. 2.. Het verbod geldt niet voorzover de eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een geleidehond laat begeleiden en de hond als zodanig aantoonbaar gekwalificeerd is of indien een eigenaar of houder van een hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel