Het is verboden bouwwerken die gelegen zijn in een beschermd
gemeentelijk dorpsgezicht te beschadigen of vernielen.
Het is verboden in een beschermd dorpsgezicht zonder
schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag of in strijd met
de bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:
bouwwerken te verstoren, te plaatsen, op te richten, af
te breken, te verplaatsen of in enig opzicht te
wijzigen;
bouwwerken te herstellen, te gebruiken of te laten
gebruiken op een wijze, waardoor het dorpsgezicht wordt
ontsierd of in gevaar gebracht;
onroerende zaken, geen bouwwerk zijnde, hieronder
begrepen straten, wegen, pleinen, wateren, bomen,
erfafscheidingen – niet zijnde een bouwwerk – en
straatmeubilair te wijzigen.
Op de behandeling van aanvragen om vergunning zijn de artikelen
11 en 12 van overeenkomstige toepassing.
De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede
lid, worden geweigerd indien een vergunning op grond van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht kan worden verleend voor een
nieuw op te richten bouwwerk, doch deze nog niet is
aangevraagd.
De vergunning kan, ingeval van afbraak als bedoeld in het tweede
lid, worden aangehouden indien de vergunning op grond van de Wet
algemene bepalingen omgevingsrecht voor een nieuw op te richten
bouwwerk is aangevraagd, doch op die aanvraag nog niet is
beslist. De aanhouding duurt totdat onherroepelijk op die
aanvraag is beslist.