**1..** Het recht bedoeld in artikel 13 bedraagt per jaar:
voor los- en laadbruggen € 14,69
per strekkende meter kademuur, met als minimum € 72,04
voor elke hijskraan met bijbehorende werken € 376,39
voor vergaarputten op bakken per stuk € 18,33
en voor daarbij behorende buisleidingen € 7,37
per strekkende meter, met een minimum voor de putten of
bakken en buisleidingen tezamen van € 72,04
voor andere toestellen, werken of inrichtingen:
indien de kaden of de gemeentelijke aanlegplaatsen tot geen
grotere diepte dan 9 meter in gebruik worden genomen €
14,69
per vierkante meter met een minimum van € 72,04
en € 127,53
per strekkende meter kademuur met een minimum van €
652,82
bij ingebruikname van een grotere diepte dan 9 meter;
voor vaartuigen, waarop inrichtingen ten behoeve van het
laden en lossen van andere vaartuigen zijn aangebracht per
vaartuig € 221,27
**2..** Voor verplaatsbare toestellen is het in dit artikel bepaalde recht
voor elk toestel slechts eenmaal per jaar verschuldigd.
**3..** Bij de berekening van het verschuldigde bedrag worden gedeelten van
een m2, respectievelijk van een strekkende meter voor een hele m2
respectievelijk hele strekkende meter gehouden.
Hoofdstuk IV
Artikel 14
Tarieven
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2011