Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk II

Artikel 4

Grondslag

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van scheepvaartrechten 2011

1.. Het havengeld wordt berekend naar de in kubieke meters uitgedrukte waterverplaatsing van een vaartuig bij een diepgang tot maximaal 2.10 meter. 2.. De waterverplaatsing van een vaartuig wordt bepaald met behulp van een geldige meetbrief. 3.. Bij gebreke van een meetbrief of bij weigering deze te tonen, wordt de waterverplaatsing van gemeentewege vastgesteld. 4.. Inzake het havengeld geldt een aangifteplicht. De aangifte dient maandelijks, uiterlijk 7 dagen ná afloop van een kalendermaand, plaats te vinden middels het van gemeentewege verstrekte aangifteformulier.

Rechtspraak bij dit artikel