**1.** De maatregel behorend bij de in artikel 10 vermelde categorieën wordt vastgesteld op:
tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand bij gedragingen van de eerste categorie;
afhankelijk van het ten onrechte verstrekte bedrag bij een gedraging van de tweede categorie:- bij een netto ten onrechte verstrekt bedrag tot € 1.000,00: tien procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;- bij een netto ten onrechte verstrekt bedrag van € 1.000,00 tot € 2.000,00: twintig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;- bij een netto ten onrechte verstrekt bedrag van € 2.000,00 tot € 4.000,00: veertig procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;- bij een netto ten onrechte verstrekt bedrag van € 4.000,00 of meer: honderd procent van de bijstandsnorm gedurende een maand;
**2.** De duur van de maatregel als bedoeld in het eerste lid wordt verdubbeld, indien de belanghebbende zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte gedraging opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging uit dezelfde (of een hogere) categorie.
**3.** Indien de maatregel bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, als gevolg van de beëindiging van het recht op bijstand niet kan worden opgelegd, wordt de maatregel alsnog opgelegd wanneer binnen een half jaar na beëindiging van de bijstandsuitkering een nieuw recht op bijstand ontstaat.
Hoofdstuk 3
Artikel 11
De hoogte en de duur van de maatregel
Onderdeel van Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand gemeente Borsele 2009