**1.** Indien de woonkosten van een huurwoning of eigen woning het bedrag genoemd in artikel 13 van de Wet op de huurtoeslag te boven gaan is verlening van bijzondere bijstand mogelijk, voor zover door een verandering in inkomsten of een veranderde situatie wat betreft inwonenden de woonkosten niet zelf meer volledig kunnen worden voldaan;
**2.** De woonkostentoeslag wordt verstrekt voor een periode van maximaal zes maanden. Deze periode kan worden verlengd indien –en voor zover- bijzondere individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven.
**3.** Aan de woonkostentoeslag die op grond dit artikel is toegekend is de voorwaarde verbonden dat de belanghebbende naar vermogen tracht goedkopere woonruimte te vinden (verhuisplicht). Dit wordt halfjaarlijks gecontroleerd. Als de belanghebbende naar het oordeel van het college naar vermogen heeft getracht goedkopere woonruimte te vinden, maar dit niet is gelukt, dan wordt de woonkostentoeslag verlengd met maximaal zes maanden. Deze verlenging kan bij voldoende en concrete activiteiten om goedkopere woonruimte te verkrijgen nog twee maal met een periode van zes maanden plaats vinden. De maximale termijn waarover een woonkostentoeslag verleend kan worden bedraagt twee jaar.
**4.** De woonkostentoeslag wordt op dezelfde manier als de huurtoeslag berekend. Dit betekent dat voor het gedeelte van de huur boven de huurgrens geen woonkostentoeslag wordt verstrekt.
**5.** Bij van inwoning door eigen- of pleegkinderen tot 21 jaar is het bepaalde in artikel 17 lid 4van toepassing;
**6.** Bij inwoning door onderhuurders, kostgangers en andere inwonenden is het bepaalde in artikel 17 lid 5 van toepassing.
Hoofdstuk 3
Artikel 18
Woonkosten boven huurgrens
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010