Bij de aflossing van de leenbijstand gelden de volgende bepalingen
1. de geldlening wordt afgelost met een bedrag gelijk aan tenminste 6% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld, vermeerderd met de toeslag en/of verminderd met de verlaging als bedoeld in de gemeentelijke toeslagenverordening;
2. wanneer het inkomen uitgaat boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm, inclusief vakantiegeld (en indien van toepassing inclusief gemeentelijke toeslag), wordt het op grond van het voorgaande lid bepaalde aflossingsbedrag verhoogd met 50 % van de draagkrachtruimte in het inkomen
3. de aflossingstermijn kan worden gesteld op maximaal 36 maanden, tenzij er sprake is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan;
4. Indien de cliënt na 3 jaar aan zijn aflossingsverplichtingen heeft voldaan, dat wil zeggen gedurende 36 maanden onafgebroken de aflossing heeft betaald, kan het resterende bedrag bij afzonderlijk besluit worden omgezet in bijstand >om niet=.
5. wanneer en voor zover voor de kosten van algemeen noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen een lening is verstrekt door een kredietinstelling kan, wanneer dit noodzakelijk is, bijstand worden verleend voor de periodiek verschuldigde rente- en aflossingsbedragen, voor zover deze verplichtingen de aflossingscapaciteit als bedoeld in het eerste en tweede lid te boven gaan.
Hoofdstuk 5
Artikel 26
Aflossing leenbijstand
Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010