Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 4

De wijze van verstrekken

Onderdeel van Beleidsregels Bijzondere bijstand Borsele 2010

1. Tenzij deze beleidsregels anders bepalen, wordt de bijzondere bijstand verstrekt als een uitkering om niet (zonder terugbetaalverplichting); 2. Bijstand kan worden verleend in de vorm van een geldlening of borgtocht indien: a. het bijstand voor de kosten van noodzakelijke duurzame gebruiksgoederen betreft; b. redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de belanghebbende op korte termijn over voldoende middelen zal beschikken om over de betreffende periode in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien. Onder korte termijn wordt verstaan een periode van maximaal zes maanden; c. de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan; d. de aanvraag een door de belanghebbende te betalen waarborgsom betreft; e. het bijstand ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een schuldenlast betreft. 3. Bij tekortschietend besef van verantwoordelijkheid behoort, naast het verstrekken van bijstand in de vorm van een geldlening, ook het geheel of gedeeltelijk weigeren van de uitkering in de vorm van een maatregel (artikel 18 WWB), de hoogte van maatregel wordt gebaseerd op de van toepassing zijnde Afstemmingsverordening, zie ook artikel 8 van deze beleidsregels; 4. Periodieke bijzondere bijstand wordt toegekend voor de duur van maximaal één jaar;

Rechtspraak bij dit artikel