Aan een vergunning worden in ieder geval de navolgende voorschriften verbonden:
a De vergunning is niet overdraagbaar;
b Standplaats wordt ingenomen door de houder van de vergunning, die zich kan laten bijstaan door andere personen.
c. Een vergunning waarvan gedurende ten minste vier weken geen gebruik is gemaakt, kan worden ingetrokken, tenzij burgemeester en wethouders tevoren schriftelijk toestemming hebben verleend gedurende een bepaalde termijn geen gebruik te maken van de vergunning.
Artikel 3
Voorschriften standplaatsvergunning
Onderdeel van Beleidsregels standplaatsvergunningen gemeente Borsele 2011