Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 33

vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2007

1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commis-sieleden is gelijk aan 50% van het door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 14.000 – 24.000 inwoners vastgestelde maximum. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, van de Gemeentewet ontvangt. 3. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissiea. als raadslid of wethouder;b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheids- wege wordt gesubsidieerd;c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4. Aan de voorzitter van de commissie bezwaarschriften wordt een vaste vergoeding van € 200,00 per vergadering toegekend en aan de overige leden van € 150,00 per lid per vergadering. 5. Aan de voorzitter van de commissie bezwaarschriften P&O wordt een vaste vergoeding van € 200,00 per vergadering toegekend en aan de overige leden van € 150,00 per lid per vergadering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel