Naar hoofdinhoud
1. Inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van een structuurvisie als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet op de ruimtelijke ordening, of indien een wettelijk voorschrift daartoe verplicht 2. In andere gevallen als bedoeld in het eerste lid besluit elk bestuursorgaan ten aanzienvan zijn eigen bevoegdheid of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding vangemeentelijk beleid. 3. Geen inspraak wordt verleend:a. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteldbeleidsvoornemen;b. indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten;c. indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij hetbestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft;d. inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening enbelastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet;e. indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is datinspraak niet kan worden afgewacht;f. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van deverantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in desamenleving.

Rechtspraak bij dit artikel