toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en
omstandigheden; overlegging offertes
1Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 16, derde lid is
bereikt en voorafgaand aan het verlenen van een bouwopdracht, dient
de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken, de
bouwplannen, de desbetreffende begroting en een aanduiding van het
tijdstip waarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter
instemming in bij het college.
2 Binnen zes weken na ontvangst van de stukken beslist het college
over de instemming met de bouwplannen, de desbetreffende begroting
en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt. Het college
kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn
verlengen met drie weken. Indien niet binnen deze termijn is
besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de
bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door
de aanvrager aangegeven tijdstip.
Het college deelt de beslissing over het bouwplan, de
desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging een
aanvang neemt, binnen twee weken na de datum van de beslissing
schriftelijk mee aan de aanvrager.
3 Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college
eveneens vast of de feiten en omstandigheden waarin de school
verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden ten tijde van
de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn
gewijzigd.
Bij een naar oordeel van het college ingrijpende wijziging van de
feiten en omstandigheden komt de voorziening alsnog niet voor
bekostiging in aanmerking.
4 De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begroting,
de toetsing of voldaan wordt aan de bij of krachtens de wet gestelde
voorschriften en de toetsing of er sprake is van nieuwe feiten en
omstandigheden kunnen achterwege blijven, als dat naar het oordeel
van het college niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het
programma opgenomen voorziening. Het college doet hiervan mededeling
aan de aanvrager in het overleg als bedoeld in artikel 16.
5 De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde
begroting blijft achterwege indien het de uitvoering betreft van een
voorziening als bedoeld in artikel 5, derde lid, laatste
volzin.
De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid betreft
dan uitsluitend de beoordeling van het bouwplan. Daarbij zijn de
genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstige toepassing.
6 Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als bedoeld
in artikel 5, derde lid, laatste volzin heeft ingestemd, overlegt de
aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakte afspraken als
bedoeld in artikel 16, tweede lid, aan het college de aan de
aanvrager uitgebrachte offertes voor de uitvoering van de
voorziening. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van
de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteld
voor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de
bekostiging een aanvang kan nemen. De aanvrager wordt binnen twee
weken na de datum van deze beslissing hiervan schriftelijk in kennis
gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is de
offerte met de laagste prijsstelling bepalend.
HOOFDSTUK 2 › Paragraaf 2.4
Artikel 17
Instemmen bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging;
Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente De Bilt 2011