**1.** Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:
**1.** De gemeente streeft naar concentratie van liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;
**2.** Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat, kan de gemeente kortlopende middelen aantrekken. Hierbij wordt - conform artikel 4 lid 1 - de kasgeldlimiet niet overschreden;
**3.** Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld leningen, kasgeldleningen en rekening courantkredieten;
**4.** Toegestane instrumenten bij het extern uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar moeten voldoen aan de eisen van artikel 5;
**5.** Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen toegestaan;
**6.** De gemeente vraagt offertes op bij minimaal 2 instellingen alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met:
een looptijd langer dan drie maanden maar korter dan één jaar;
en bij bedragen van EUR 2.500.000,- en hoger.
**7.** Als de gemeente kan volstaan met een offerte bij één financiële instelling dient wel de marktconformiteit getoetst te worden;
**8.** Vorderingen op debiteuren dienen conform het invorderingsbeleid zo effectief en efficiënt mogelijk te worden omgezet in ontvangen liquiditeiten.
Hoofdstuk 5
Artikel 13
Saldo- en liquiditeitsbeheer
Onderdeel van Treasurystatuut 2007 Gemeente Buren