**1.** De looptijd van een lening bedraagt maximaal drie jaar, tenzij de lening voortvloeit uit een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, in welk geval tot een langere looptijd - met een maximum van vijf jaar - kan worden besloten.
**2.** Indien gedurende drie jaar getrouw aan de aflossingsverplichting is voldaan en de oorzaak van de lening geen verband houdt met een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid, wordt het restant van de lening na deze drie jaar kwijtgescholden.
**3.** Indien gedurende drie jaar niet volledig aan de aflossingsverplichting is voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, verhoogd met de wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten alsnog wordt betaald, vindt eveneens toepassing plaats van lid 2.
**4.** Indien tijdens de looptijd van een lening opnieuw leenbijstand noodzakelijk is, wordt de eerste lening integraal opgenomen in de nieuwe lening, waarna een hernieuwde looptijd en aflossingsperiode van in beginsel drie jaar wordt vastgesteld.
**5.** Bij opeenvolgende leningen wordt in beginsel na vijf jaar tot kwijtschelding van de restantlening overgegaan. Lid 3 van dit artikel is hierbij van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 3
Artikel 12
Looptijd leenbijstand
Onderdeel van Besluit nadere regels bijzondere bijstand Wwb gemeente Buren