Lid 1
Indien het college van burgemeester en wethouders op grond van door haar ingewonnen inlichtingen van oordeel is, dat de ambtenaar niet regelmatig of niet voldoende studeert, waardoor hij niet in staat kan worden geacht zijn studie binnen de termijn als bedoeld in artikel 17:1:4:1 te volbrengen, zijn zij bevoegd de verleende studiefaciliteiten - al dan niet tijdelijk - in te trekken. Deze intrekking vindt echter niet plaats, indien de ambtenaar aannemelijk maakt, dat de onregelmatige of onvoldoende studie het gevolg is van feiten of omstandigheden, die niet aan hem zelf zijn te wijten.
Lid 2
De ambtenaar is verplicht de inlichtingen te geven, die het college van burgemeester en wethouders voor de toepassing van dit hoofdstuk nodig acht.