Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9:4:1:1

Artikel 9:4:1:1

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 Wanneer een gewezen ambtenaar, die aan deze regeling recht op uitkering kan ontlenen, inkomsten geniet of gaat genieten uit of in verband met arbeid, waaronder mede wordt verstaan een uitkering krachtens de WAJONG of de WAZ, of bedrijf, ter hand genomen met ingang van of na de datum waarop zijn ontslag is ingegaan, wordt op de uitkering een vermindering toegepast. Deze vermindering is gelijk aan het bedrag waarmede de inkomsten en de onverminderde uitkering krachtens artikel 9:2 samen de laatstelijk genoten bezoldiging te boven gaan. Lid 2 Het eerste lid vindt overeenkomstige toepassing ten aanzien van inkomsten uit of in verband met arbeid of bedrijf, ter hand genomen gedurende verlof, vakantie of non-activiteit, onmiddellijk voorafgaande aan het ontslag ter zake waarvan hem de uitkering krachtens deze regeling is toegekend. Lid 3 Wanneer de gewezen ambtenaar op of na de dag , bedoeld in het eerste lid, inkomsten of hogere inkomsten verkrijgt uit arbeid of bedrijf ter hand genomen vóór evenbedoelde dag, is ten aanzien van die inkomsten of hogere inkomsten het bepaalde in het eerste lid van overeenkomstige toepassing. De hierbedoelde vermindering vindt echter niet plaats indien de inkomsten of hogere inkomsten het gevolg zijn van algemene loonsverhogingen, of indien de gewezen ambtenaar aannemelijk maakt dat die inkomsten niet het gevolg zijn van verhoogde werkzaamheid of van andere oorzaken, verband houdende met het ontslag. Lid 4 Onder inkomsten, bedoeld in de voorgaande leden, worden niet verstaan inkomsten verkregen  wegens overwerk of als gratificatie. Lid 5 De kinderbijslag welke de gewezen ambtenaar ontvangt, wordt niet aangemerkt als inkomsten. Lid 6 Voor de toepassing van het eerste lid wordt de gewezen ambtenaar geacht de in dat lid genoemde leeftijden te hebben bereikt op de eerste dag van de maand waarin hij deze bereikt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel