Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 17:1:1:1

Persoonlijk ontwikkelingsplan

Onderdeel van CAR/UWO

Lid 1 Burgemeester en wethouders en de ambtenaar leggen in een persoonlijk ontwikkelingsplan (POP) de afspraken vast over de loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en vaardigheden van de ambtenaar, alsmede een in dat kader door hem te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten. Lid 2 Het persoonlijk ontwikkelingsplan wordt ten minste een keer per drie jaar opgesteld en door burgemeester en wethouders vastgesteld. Lid 3 Een te volgen opleiding en de te ondernemen activiteiten passen in de doelstellingen, criteria en budgettaire voorwaarden van het gemeentelijk opleidingsbeleid, zoals neergelegd in het vastgestelde opleidingsplan. Lid 4 Zowel voor het verplicht volgen van een voor de functie noodzakelijke studie of opleiding op grond van artikel 15:1:26, als voor het volgen van een studie of opleiding in het kader van de persoonlijke ontwikkeling, gelden de bepalingen uit dit hoofdstuk. Lid 5 In het persoonlijk ontwikkelingsplan worden, met inachtneming van de bepalingen uit dit hoofdstuk, afspraken vastgelegd met betrekking tot een of meer van de volgende onderwerpen: de te volgen studie of opleiding. de keuze van opleidingsvorm of instituut, alsmede de redelijkerwijs te maken kosten; de periode gedurende welke een studie gevolgd zal worden; de minimaal te behalen resultaten en te maken voortgang; de omstandigheden onder welke een te volgen studie kan worden onderbroken of gestopt; de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het voortijdig afbreken van een studie door de ambtenaar; de gehele of gedeeltelijke terugbetaling van de genoten vergoeding bij het verlaten van de gemeentelijke dienst binnen een te bepalen periode na afronding van de studie; eventuele andere onderwerpen die van belang zijn voor een goede uitvoering van de gemaakte afspraken.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel