Lid 1
Vergoeding van of tegemoetkoming in de reiskosten als bedoeld in deze verordening wordt, ongeacht of daarbij gebruik is gemaakt van een openbaar of eigen middel van vervoer, door burgemeester en wethouders verleend met inachtneming van de werkelijk gemaakte kosten, met dien verstande dat de kosten verbonden aan het gebruik van openbare middelen van vervoer in de laagste klasse niet zullen worden overschreden.
Lid 2
In de vergoeding van de reiskosten, bedoeld in de artikelen 5 en 6, zijn mede begrepen de kosten voor lokaal vervoer per tram of bus en voor rijwielstalling, voor zover deze door burgemeester en wethouders, gelet op de af te leggen weg of gedeelten daarvan, redelijk worden geoordeeld.
Lid 3
Voor de vergoeding van of de tegemoetkoming in de reiskosten, bedoeld in artikel 18:1:8:1, 18:1:10:1 en 18:1:11:1, komen mede in aanmerking de kosten voor lokaal vervoer per tram of bus en voor rijwielstalling binnen de woonplaats van betrokkene, dan wel binnen de woonplaats van het gezin waartoe betrokkene behoort, voor zover deze door burgemeester en wethouders, gelet op de af te leggen weg of gedeelten daarvan, redelijk worden geoordeeld.
Lid 4
De vergoeding van overnachtingskosten, bedoeld in de artikelen 18:1:5:1, lid 1, onder a, en 18:1:6:1, lid 1, onder a en b, wordt door burgemeester en wethouders verleend tot een bedrag hetwelk naar zijn oordeel als redelijk kan worden aangemerkt.
Lid 5
Burgemeester en wethouders kunnen ter uitvoering van dit artikel nadere voorschriften vaststellen.
Hoofdstuk
Artikel 18:1:15:1
Regels met betrekking tot de hoogte der vergoedingen
Onderdeel van CAR/UWO